ECLI:NL:CRVB:2012:BV7102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks onrechtmatig huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, die werd ingetrokken en teruggevorderd omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met [Q.] zonder dit te melden. Een onaangekondigd huisbezoek werd verricht, maar de Raad oordeelde dat dit huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van redelijke grond en onvoldoende geïnformeerde toestemming.
Desondanks vond de Raad dat de gegevens uit het nadere onderzoek, waaronder verklaringen van appellante en [Q.], voldoende waren om te concluderen dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Dit hield in dat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg droegen voor elkaar.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat sprake was van zorgbehoefte in de zin van artikel 26 IVBPR Pro, omdat de medische stukken dit niet onderbouwden. De intrekking en terugvordering van bijstand werden daarom bevestigd, met verbetering van de motivering.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd ondanks het onrechtmatige huisbezoek.