ECLI:NL:CRVB:2012:BV7421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende wijziging omstandigheden en te hoog vastgesteld vermogen
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en werd in 2009 geconfronteerd met een intrekking van de bijstand wegens het bezit van vermogen boven de vrijgestelde grens, waaronder een auto en een garagebox. Het college vorderde terugbetaling van bijstandskosten over de periode dat het vermogen te hoog was.
Appellant stelde dat de waarde van de auto te hoog was vastgesteld en dat de kosten van executoriale verkoop van de garagebox in mindering moesten worden gebracht. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de waarde van de auto op € 20.400 werd vastgesteld en dat de verkoopopbrengst niet aantoonbaar lager was. Ook werden de kosten van executoriale verkoop niet in aanmerking genomen omdat deze na de beoordelingsperiode plaatsvonden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep bevestigd dat appellant niet heeft aangetoond dat er een wijziging in omstandigheden is die hem recht geeft op bijstand. De Raad vond de aangevoerde bewijzen onvoldoende om de waarde van de auto te verlagen en oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat zijn vermogen onder de vrijstellingsgrens is gekomen.