ECLI:NL:CRVB:2012:BV8641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, terwijl het college meende dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met appellant, waardoor bijstand ingetrokken en teruggevorderd werd. De Raad oordeelt dat appellante over de periode van 7 januari 2004 tot en met 12 mei 2006 haar inlichtingenplicht niet heeft geschonden omdat zij tijdens een huisbezoek openheid van zaken gaf en het college niet expliciet doorvroeg.
Vanaf 13 mei 2006 was appellante echter bekend met het standpunt van het college dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor zij de bijstand ten onrechte bleef ontvangen. Daarom is intrekking en terugvordering over deze periode gerechtvaardigd.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en besluiten voor zover deze betrekking hebben op de periode tot 12 mei 2006 en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over de periode tot 12 mei 2006 worden vernietigd; intrekking vanaf 13 mei 2006 blijft gehandhaafd.