ECLI:NL:CRVB:2012:BV8645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds mei 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van anonieme meldingen werd een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat appellant in België werkte en woonde zonder dit te melden. Het college trok de bijstand over de periode mei 2005 tot mei 2008 in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat hij alleen over de periode augustus 2006 tot november 2007 inkomsten had uit uitzendarbeid en was bereid dat terug te betalen, maar betwistte de intrekking over de gehele periode. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting ook schond door het niet melden van een Belgische bankrekening, waardoor het recht op bijstand over de gehele periode niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Maastricht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.