ECLI:NL:CRVB:2012:BV8662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na niet verstrekken gevraagde gegevens en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor de periode 1 december 2007 tot en met 30 november 2008. Het college verzocht appellant herhaaldelijk om specifieke financiële gegevens over 2008, waaronder een balans, verlies- en winstrekening en belastingaangifte, maar appellant verstrekte deze niet.
Het college besloot daarom op 19 oktober 2009 de bijstand van € 8.914,28 terug te vorderen omdat appellant niet aan zijn verplichtingen had voldaan. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 5 januari 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en appellant ging in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat een medewerker van het college hem had toegezegd dat hij de gevraagde gegevens niet meer hoefde te verstrekken, omdat duidelijk was dat hij als zelfstandige geen inkomen zou genereren. De Raad oordeelde dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen door het bevoegde orgaan. Appellant kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad stelde vast dat het college juist meerdere keren om de gegevens had gevraagd, wat het beroep op het vertrouwensbeginsel uitsluit. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.