ECLI:NL:CRVB:2012:BV8673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verrekening WW-uitkering met bijstand over periode januari 2007 tot januari 2008
Appellanten maakten bezwaar tegen de verrekening van hun WW-uitkering met de bijstand over de periode januari 2007 tot en met januari 2008. Na een eerdere tussenuitspraak waarin het besluit van 6 juni 2008 werd vernietigd wegens procedurele en motiveringsgebreken, nam het College op 6 oktober 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar.
Deze nieuwe beslissing werd door appellanten aangevochten vanwege onduidelijkheid over de berekening van de verrekening. Het College lichtte de systematiek toe, waarbij de vierwekelijkse WW-uitkering werd omgerekend naar maandelijkse bedragen en vakantietoeslag werd meegenomen. Correcties en nabetalingen voor bepaalde maanden werden eveneens toegelicht.
De Raad concludeerde dat het College met het besluit van 6 oktober 2011 een inhoudelijke en voldoende gemotiveerde beslissing had genomen, waarbij de inhoudingen op de bijstand overeenstemden met de ontvangen WW-uitkering. Het beroep tegen dit besluit werd daarom ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het eerdere besluit van 6 juni 2008 gegrond werd verklaard en dat besluit werd vernietigd.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en tot terugbetaling van griffierechten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2011 wordt ongegrond verklaard; het eerdere besluit van 6 juni 2008 wordt vernietigd.