ECLI:NL:CRVB:2012:BV8768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellante ontving een Ziektewetuitkering na psychische klachten, maar het UWV beëindigde deze uitkering op grond van een medisch onderzoek dat haar geschikt achtte voor haar eigen werk als schoonmaakster.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen medische aanwijzingen waren voor een psychische stoornis die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde een rapport van een psycholoog.
De Raad oordeelde echter dat het rapport te laat was opgesteld en geen diagnose bevatte die relevant was voor de situatie op het moment van beëindiging van de uitkering. Ook was appellante niet onder behandeling van een psychiater en gebruikte zij geen psychofarmaca. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.