ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.S. van der Kolk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op WAO-uitkering en beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid
De Centrale Raad van Beroep behandelde hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Groningen inzake de vaststelling van het recht op een WAO-uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante. Het Uwv had bij besluiten van juni 2010 en juni 2012 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld, waarbij het laatste besluit een lagere mate van arbeidsongeschiktheid per 24 oktober 2009 vaststelde.
Appellante voerde aan dat de medische situatie per 24 oktober 2009 vergelijkbaar was met die van november 2007, waarbij een hogere mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld. De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende gemotiveerd had dat de beperkingen van appellante juist waren beoordeeld en dat er geen medische gegevens waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover daarin niet was beslist over het ontbreken van een besluit over de WAO-uitkering en verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 juni 2012 ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 juni 2012 wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.