ECLI:NL:CRVB:2012:BV9366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder zorgbehoefte
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag om bijstand ingediend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad wees deze aanvragen af omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon, [B.], en er geen sprake is van een zorgbehoefte bij deze persoon. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zich een relevante wijziging in omstandigheden had voorgedaan.
In hoger beroep stelde appellant dat de gezondheid van [B.] was verslechterd, waardoor er wel sprake zou zijn van een zorgbehoefte en dat een huisbezoek noodzakelijk was om dit vast te stellen. Tevens deed appellant een beroep op dringende redenen volgens artikel 16, eerste lid, van de WWB. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een relevante wijziging in omstandigheden en dat het op appellant rustte om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voor bijstand voldeed.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 maart 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.