ECLI:NL:CRVB:2012:BV9374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onvoldoende dringende redenen ondanks financiële en psychische problemen
Betrokkene, die sinds 1997 bijstand ontvangt, vroeg op 18 september 2009 bijzondere bijstand aan vanwege hoge huurkosten die hem onder de bijstandsnorm brachten. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees deze aanvraag af, stellende dat de bijstandsnorm toereikend was en dat de maximale huurtoeslag een passende voorziening vormde.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een acute noodsituatie vanwege de combinatie van financiële problemen en psychische klachten, en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, waarbij de Centrale Raad van Beroep het standpunt van het college volgde dat psychische klachten en stress door een laag inkomen onvoldoende zijn om zeer dringende redenen aan te nemen.
De Raad concludeerde dat de medische stukken, hoewel zij zorgen over de situatie van betrokkene uitdrukken, niet aantonen dat er sprake is van een situatie die blijvend ernstig letsel tot gevolg kan hebben en die alleen met bijstand kan worden verholpen. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en handhaafde de afwijzing van de bijzondere bijstand. Tevens vernietigde de Raad het besluit van 22 juni 2011 dat op grond van de rechtbankuitspraak was genomen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wordt gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van zeer dringende redenen.