ECLI:NL:CRVB:2012:BV9590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenplicht bij hennepkwekerij
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf november 2008. Het Uwv ontdekte dat appellant betrokken was bij het opzetten en exploiteren van een hennepkwekerij, wat leidde tot intrekking van de uitkering vanaf 17 november 2008 en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat de schatting van het aantal gewerkte uren onjuist was en dat hij slechts over een kortere periode verdachte was in de strafzaak. De Raad oordeelde dat het Uwv een zorgvuldige schatting had gemaakt van de werkzaamheden en dat de bestuursrechter niet gebonden is aan de strafrechtelijke beoordeling.
De Raad bevestigde dat appellant in die periode voldoende uren werkte om het recht op uitkering te verliezen en dat het recht op uitkering herleefde na ontmanteling van de kwekerij. De boete werd als evenredig beoordeeld, aangezien appellant niet had voldaan aan zijn informatieplicht en er geen verzachtende omstandigheden waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de intrekking van de uitkering en de boete gehandhaafd, en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering en de oplegging van een bestuurlijke boete worden bevestigd, het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.