ECLI:NL:CRVB:2012:BV9944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde ZW-uitkering wegens ontbreken dringende reden
Appellante ontving ten onrechte dubbele betalingen van ziekengeld over de periode van 19 september 2005 tot 1 januari 2007. Het UWV besloot tot terugvordering van deze onverschuldigde betalingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat noch de financiële noch de medische situatie van appellante een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met medische rapportages die zouden aantonen dat terugvordering ernstige gevolgen zou hebben. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief beoordeling van psychologische en psychiatrische rapporten. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen sprake was van een negatief toekomstscenario of noodzaak tot beschermende behandeling.
De Raad bevestigde dat appellante zelfstandig functioneert en dat de financiële situatie, ondanks de terugvordering, geen onaanvaardbare gevolgen heeft gehad. Het UWV had de invordering zelfs op nihil gesteld rekening houdend met de financiële situatie van appellante. De Raad concludeerde dat de terugvordering terecht is en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van onverschuldigde Ziektewet-uitkeringen wordt bevestigd.