ECLI:NL:CRVB:2012:BW0057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving sinds 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Na de geboorte van haar dochter met [P.] ontstond een vermoeden van samenwonen, waarop de Sociale Recherche Twente onderzoek deed. Het college trok de bijstand in vanaf mei 2009 en vorderde terugbetaling over de periode juli 2007 tot april 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om te concluderen dat [P.] zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante. Appellante voerde in hoger beroep aan dat geen gezamenlijk hoofdverblijf was vastgesteld en dat geen onderzoek was gedaan naar de situatie in de woning van [P.].
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De waarnemingen en verklaringen van buurtbewoners gaven een toereikende grondslag voor het oordeel dat sprake was van gezamenlijke huishouding. Verder was nader onderzoek niet noodzakelijk. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.