ECLI:NL:CRVB:2012:BW0204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als schilder, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege knie- en rugklachten. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant volgens verzekeringsgeneeskundig onderzoek geschikt was voor andere functies. Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw onderzocht, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens meldde appellant zich ziek, maar het UWV beëindigde de ZW-uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor de geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat het UWV zorgvuldig en volledig onderzoek heeft verricht en dat de beperkingen van appellant niet zijn toegenomen. Medische rapporten van verschillende verzekeringsartsen ondersteunen deze conclusie.
Appellant voerde aan dat nieuwe klachten, zoals schouderklachten en beperkingen bij knielen en hurken, tot een andere beoordeling moesten leiden. De Raad oordeelt echter dat deze klachten niet voortvloeien uit dezelfde ziekteoorzaak en dat de beperkingen in de geselecteerde functies adequaat zijn beoordeeld. De Raad ziet geen aanleiding om het standpunt van het UWV te wijzigen en bevestigt de eerdere beslissingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering.