Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BW0260

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/3952 ZW + 11/6217 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke beoordeling weigering Ziektewetuitkering na niet-naleving re-integratieverplichtingen

Appellant was van 1 januari 2007 tot 1 januari 2009 in dienst bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) en werd ziek vanaf 1 oktober 2008. Na melding van ziekte weigerde het UWV op 19 maart 2009 een Ziektewetuitkering wegens het niet verschijnen bij een re-integratiegesprek. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 17 juli 2009, waarop appellant beroep instelde.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de uitnodiging voor het eerste gesprek niet had ontvangen en de tweede was vergeten, en dat hem een tweede kans had moeten worden geboden. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit op 17 oktober 2011, waarin werd vastgesteld dat appellant recht had op loon doorbetaling en daarom geen recht op Ziektewetuitkering had. Appellant reageerde niet op dit nieuwe besluit.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het nieuwe besluit een vervanging is van het eerdere bestreden besluit en deel uitmaakt van het geding. Omdat appellant niet op het nieuwe besluit heeft gereageerd en zijn argumenten het besluit niet kunnen vernietigen, verklaarde de Raad het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. De eerdere uitspraak werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 17 juli 2009 gegrond verklaard. Het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van 17 oktober 2011 wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit van 17 juli 2009 wordt vernietigd.

Uitspraak

10/3952 ZW
11/6217 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2010, 09/3814 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 28 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 17 oktober 2011 een nieuw besluit genomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant is van 1 januari 2007 tot 1 januari 2009 in dienst geweest van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente Amsterdam. Hij was ziek met ingang van 1 oktober 2008. Op 29 januari 2009 heeft DWI bij het Uwv gemeld dat appellant op 1 januari 2009 ziek uit dienst is gegaan. Met ingang van 1 januari 2009 is appellant op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar in dienst getreden van Pantar.
1.2. Naar aanleiding van de aangifte bij het Uwv dat appellant ziek was is appellant uitgenodigd voor een gesprek met een re-integratiebegeleider op 19 februari 2009. Omdat appellant niet op die afspraak is verschenen heeft het Uwv bij besluit van 19 maart 2009 bij wijze van maatregel appellant een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) blijvend geheel geweigerd met ingang van 1 oktober 2008. Dit besluit is, na bezwaar, bij besluit van 17 juli 2009 (bestreden besluit) gehandhaafd, zij het dat daarin niet het niet-verschijnen op de afspraak van 19 februari 2009 ten grondslag is gelegd, maar het niet-verschijnen op een nieuwe afspraak op 8 juni 2009.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de uitnodiging voor een gesprek op 19 februari 2009 hem niet heeft bereikt omdat die uitnodiging naar een verkeerd adres is gestuurd, en dat hij de uitnodiging voor 8 juni 2009 is vergeten. Appellant meent dat hem een tweede kans had moeten worden geboden door de re-integratiebegeleider. Hangende het hoger beroep heeft het Uwv het in rubriek I genoemde besluit van 17 oktober 2011 genomen. Daarin heeft het Uwv het standpunt ingenomen dat appellant per 1 oktober 2008 recht had op doorbetaling van zijn loon door DWI en per 1 januari 2009 recht had op doorbetaling van zijn loon door Pantar, zodat hij per die data geen recht op ZW-uitkering had. Appellant heeft niet gereageerd op dit nieuwe besluit.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Het besluit van 17 oktober 2011 wordt aangemerkt als een nieuw besluit op het tegen het besluit van 19 maart 2009 gemaakte bezwaar, dat het door de rechtbank beoordeelde besluit van 17 juli 2009 vervangt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, waarbij het besluit van 17 juli 2009 in stand is gelaten, moet worden vernietigd. Nu het besluit van
17 oktober 2011 niet geheel tegemoet komt aan appellant, maakt dit besluit, gelet op de artikelen 6:18, eerste lid, 6:19, eerste lid en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, deel uit van het geding.
4.2. Nu appellant niet heeft gereageerd op het besluit van 17 oktober 2011 en hetgeen hij in hoger beroep heeft aangevoerd niet kan leiden tot vernietiging van dat besluit zal het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2011 ongegrond worden verklaard.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
recht doende:
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 juli 2009 gegrond en vernietigt dat besluit;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2011 ongegrond;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) L. van Eijndthoven.
NW