ECLI:NL:CRVB:2012:BW0591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip startte appellant een onderzoek naar een mogelijke gezamenlijke huishouding met [F.]. Op grond van dit onderzoek werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De rechtbank oordeelde dat wel sprake was van gezamenlijk hoofdverblijf, maar dat het criterium van wederzijdse zorg ontbrak, waardoor het besluit werd vernietigd. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene en [F.] wel degelijk in elkaars verzorging voorzagen, mede door hun gezamenlijke zorg voor een pleegkind [B.].
De Raad stelde vast dat betrokkene en [F.] een netwerkpleeggezin vormden, waarbij de verzorging van het pleegkind onlosmakelijk verbonden was met hun wederzijdse zorg voor elkaar. Gezien deze feiten was er sprake van een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg, waardoor het beroep van betrokkene tegen het besluit ongegrond is. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg.