ECLI:NL:CRVB:2012:BW3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand en ingangsdatum duurzaam gescheiden leven
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB en het college stelde de ingangsdatum van de bijstand vast op 30 juni 2009, de datum van het ingediende echtscheidingsverzoek van haar echtgenoot. Appellante stelde dat zij al vanaf 2 april 2009 duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, wat bepalend is voor de ingangsdatum van de bijstand.
De Raad concludeerde dat de echtgenoot van appellante op 2 april 2009 via zijn advocaat had laten weten de echtscheidingsprocedure te willen starten, hetgeen een duidelijke wilsuiting was van een bestendige verbreking van de echtelijke samenleving. Dit was eerder dan de datum van het formele verzoek op 30 juni 2009. De rechtbank had dit niet onderkend en het standpunt van het college onderschreven.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De Raad gaf het college de opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de vastgestelde datum van duurzaam gescheiden leven. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante leefde vanaf 2 april 2009 duurzaam gescheiden, en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze datum.