ECLI:NL:CRVB:2012:BW4649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks WSW-indicatie en zonder nieuwe hoorzitting
Appellant, laatstelijk werkzaam als chauffeur rolstoelvervoer, meldde zich ziek vanwege rugklachten en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht, gebaseerd op medische beoordelingen dat appellant voorbeeldfuncties kon verrichten.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege procedurele fouten en beval hernieuwde besluitvorming. Het UWV handhaafde de weigering na een nieuw onderzoek, waarbij deskundigen zich konden verenigen met het standpunt dat appellant in staat was tot bepaalde functies. Appellant stelde dat hij onterecht niet opnieuw was gehoord en dat zijn WSW-indicatie onvoldoende werd meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen algemene verplichting was tot een nieuwe hoorzitting omdat appellant reeds was gehoord over dezelfde feiten. De Raad volgde het oordeel van de deskundigen, die hun conclusies helder motiveerden. De WSW-indicatie gaf geen directe aanspraak op WAO, en het UWV had voldoende gemotiveerd waarom het advies van de indicatiecommissie niet doorslaggevend was. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.