ECLI:NL:CRVB:2012:BW5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij heropening WAO-uitkering
Appellant verzocht om heropening van zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2004, nadat het UWV de uitkering had beëindigd wegens onvoldoende gegevensverstrekking. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de eerdere beslissing onjuist maakten. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en dat zijn medische situatie onvoldoende was betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het standpunt van het UWV. In hoger beroep gaf het UWV aan dat de WAO-uitkering per 11 april 2007 was heropend, waarmee het verzoek van appellant naar hun oordeel voldoende was ingewilligd. De Raad stelde ambtshalve de vraag of appellant voldoende procesbelang had om het hoger beroep voort te zetten.
Ter zitting gaf de gemachtigde van appellant aan dat het UWV met de heropening van de uitkering tegemoet was gekomen aan zijn verzoek. Voor zover appellant streefde naar een hogere dwangsom dan reeds toegekend, verwees de Raad naar een andere uitspraak waarin dit werd afgewezen. Omdat appellant geen ander rechtens te respecteren belang meer had, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.