ECLI:NL:CRVB:2012:BW5556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 4 januari 2010 een aanvraag om bijstand in, welke door het college op 10 maart 2010 werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van verblijf op het opgegeven adres en onduidelijkheid over zijn financiële situatie.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Tijdens het hoger beroep trok appellant zijn beroepsgronden over de woonsituatie in, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of hij voldoende informatie had verstrekt over zijn financiële situatie.
Appellant gaf aan sinds het faillissement van zijn bedrijf in november 2008 geen inkomsten te hebben en leefde van vrienden, ondersteund door twee e-mailverklaringen. Echter, deze verklaringen boden onvoldoende inzicht in zijn volledige kosten van levensonderhoud, zoals persoonlijke verzorging en vaste lasten van een auto op zijn naam.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 WWB Pro, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen wegens onvoldoende informatieverstrekking over de financiële situatie van appellant.