ECLI:NL:CRVB:2012:BW5802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag wegens onjuiste beoordeling ingezetenschap
Appellant, met de Duitse nationaliteit, woonde sinds oktober 2007 in Nederland en vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat appellant niet als ingezetene van Nederland werd beschouwd voor het eerste kwartaal van 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij al vóór 2008 een duurzame band met Nederland had. De Svb heroverwoog het beleid na arresten van de Hoge Raad uit 2011, maar handhaafde het standpunt. De Raad oordeelde dat appellant pas vanaf het vierde kwartaal van 2008 als ingezetene kon worden aangemerkt, omdat hij toen voor het eerst aangaf zich definitief in Nederland te willen vestigen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens een onjuiste motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van kinderbijslag voor het eerste kwartaal van 2008 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.