ECLI:NL:CRVB:2012:BW5838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond die een loonsanctie tegen de werkgever vernietigde. De loonsanctie was opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor een zieke werkneemster.
De Raad heeft de rapportages van arbeidsdeskundigen en de bezwaarverzekeringsarts bestudeerd, waaruit blijkt dat de werkgever traag en onvoldoende voortvarend heeft gehandeld in het re-integratietraject. Zo werd pas bijna een jaar na het verzuim gestart met individuele begeleiding, en bleef de werkneemster beperkt werk verrichten zonder dat het plan werd bijgesteld.
De werkgever voerde aan dat zij de adviezen van de bedrijfsarts had gevolgd en dat de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering aan de werkneemster een reden was om minder re-integratie-inspanningen te verrichten. De Raad oordeelde echter dat deze toekenning achteraf is en geen grond biedt om de loonsanctie te verwerpen.
Uiteindelijk vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond, waarmee de loonsanctie in stand blijft. De verantwoordelijkheid voor de re-integratie ligt bij de werkgever, en het ontbreken van een deugdelijke grond voor de tekortkomingen leidt tot handhaving van het besluit.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.