ECLI:NL:CRVB:2012:BW6227
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang niet-rechtmatig verblijvende persoon
Verzoeker, een in Egypte geboren man zonder verblijfsvergunning, woont sinds 1978 in Nederland en leeft al jaren op straat. Hij vroeg toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wmo, maar dit werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en terugkeer naar Egypte mogelijk is. De rechtbank en de Raad bevestigden deze weigering.
Verzoeker stelde dat zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd door diverse medische aandoeningen, waaronder een verminderde hartfunctie, diabetes, ontstoken voeten en een levensbedreigende galsteen. Hij vroeg een voorlopige voorziening om opvang te verkrijgen. De GGD stelde een ziekenboegbedindicatie vast, maar verzoeker verliet de opvang vrijwillig. Later werd vastgesteld dat hij in goede conditie verkeerde en geen acute opname nodig had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen schending is van de artikelen 3 en 8 EVRM, mede omdat verzoeker niet rechtmatig verblijft en terugkeer naar Egypte mogelijk is zonder geldige belemmeringen. Medische zorg is beschikbaar via de Zorgverzekeringswet en ziekenhuisopname is mogelijk bij levensbedreigende situaties. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat de gemeente geen positieve verplichting heeft tot maatschappelijke opvang voor niet-rechtmatig verblijvende personen zonder aantoonbare onoverkomelijke belemmeringen voor terugkeer.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat geen schending van EVRM-artikelen is vastgesteld en medische zorg beschikbaar is.