Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 mei 2014 in de zaak tussen
[verzoeker 1], verzoeker 1
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers, uitgeprocedeerde vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, vroegen de gemeente Amsterdam om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Zij werden tijdelijk opgevangen door particulieren in een kerk. Na afwijzing van hun aanvragen en het uitblijven van een beslissing, dienden zij verzoeken tot voorlopige voorziening in.
De gemeente stelde dat zij geen recht hebben op opvang vanwege hun verblijfsstatus en het koppelingsbeginsel van de Vreemdelingenwet, tenzij zij kwetsbaar zijn in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Medische onderzoeken bij de GGD toonden geen ziekenboegindicatie, en verzoekers konden toegang krijgen tot medische zorg via een adres voor medische voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de door verzoekers overgelegde medische verklaringen te algemeen en onvoldoende concreet waren om een substantiële bedreiging van hun gezondheid aan te tonen. Ook was niet gebleken dat medische behandeling zonder opvang onmogelijk was.
Daarom kon niet worden vastgesteld dat de weigering van maatschappelijke opvang een onevenwichtige inbreuk vormde op hun rechten. De verzoeken tot voorlopige voorziening werden afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van kwetsbaarheid.