ECLI:NL:CRVB:2012:BW6391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven zelfstandige uren
Appellant had een WW-uitkering ontvangen en was daarnaast als zelfstandige actief zonder de gewerkte uren op de werkbriefjes te vermelden. Het UWV herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank had deze besluiten bevestigd, maar appellant voerde aan dat hij onjuist was geïnformeerd en dat de terugvordering onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht onvoldoende was nagekomen en dat hij gehouden kon worden aan zijn eerste verklaring over de gewerkte uren. De Raad stelde vast dat het UWV het beleid omtrent herziening en terugvordering consistent had toegepast en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
Verder concludeerde de Raad dat de informatievoorziening van het UWV, onder meer via folders en werkbriefjes, duidelijk was en dat appellant bij onduidelijkheden vragen had moeten stellen. Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV was ongegrond, en de eerdere uitspraken werden vernietigd voor zover zij de eerdere besluiten in stand lieten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt het belang van correcte en volledige opgave van zelfstandige uren bij het ontvangen van een WW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wegens onvoldoende nakoming van de inlichtingenplicht.