ECLI:NL:CRVB:2012:BW6486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ANW-uitkering met terugwerkende kracht ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). In 2008 meldde hij een inkomenswijziging bestaande uit pensioenen, welke hij als gelijkwaardig aan dividend beschouwde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) handhaafde aanvankelijk de uitkering ongewijzigd, maar na ontvangst van de belastingaangifte over 2008 concludeerde zij dat de pensioenen als inkomen moesten worden meegeteld, wat leidde tot herziening en terugvordering van te veel betaalde uitkeringen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij mocht vertrouwen op het eerdere besluit en dat terugwerkende herziening onredelijk was. De Raad overwoog dat herziening op grond van artikel 34 ANW Pro verplicht is bij onterechte uitkering, maar dat de Svb beleid heeft ontwikkeld om terugwerkende kracht alleen toe te passen indien geen sprake is van bijzondere omstandigheden die dit kennelijk onredelijk maken.
De Raad constateerde dat appellant niet tijdig de inkomenswijziging had gemeld en dat hij redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zijn pensioen invloed had op de uitkering. Het beleid van de Svb was consistent toegepast en de herziening met terugwerkende kracht was terecht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de ANW-uitkering met volledige terugwerkende kracht.