ECLI:NL:CRVB:2012:BW6602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens overschrijding vrij te laten vermogen door auto
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college wees de aanvraag af omdat het vermogen hoger was dan de vrij te laten grens van €5.455. Appellant betwistte de waarde van zijn auto, waarop het college een beëdigd taxateur inschakelde die de waarde op €6.400 stelde. De bezwaaradviescommissie vond het taxatierapport niet voldoen aan de eisen van de Awb en vermoedde vooringenomenheid, maar het college handhaafde het besluit.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de taxateur als onafhankelijk deskundige kon worden beschouwd en dat de waarde van de auto objectief was vastgesteld. De eigen verklaringen van appellant bij het intakegesprek bevestigden een dagwaarde van circa €6.000. De door appellant overgelegde nota’s waren onvoldoende om een lagere waarde aannemelijk te maken.
De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag afwees vanwege het overschrijden van het vrij te laten vermogen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat het vermogen van appellant hoger is dan de vrij te laten grens.