ECLI:NL:CRVB:2012:BW6802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim na weigering re-integratie bij defensie
Appellant was senior inkoper bij het Marinebedrijf en werd in 2006 geconfronteerd met een functioneringstraject. Na een ziekmelding en een arbeidsgeschiktheidsverklaring door de bedrijfsarts weigerde appellant herhaaldelijk gehoor te geven aan oproepen voor re-integratiegesprekken en het hervatten van werkzaamheden. De minister legde hem daarop disciplinair ontslag op wegens plichtsverzuim.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit vanwege ontbrekende medische stukken, waarna nader onderzoek bevestigde dat appellant arbeidsgeschikt was. De minister handhaafde het ontslagbesluit. De Raad oordeelde dat appellant zonder objectieve medische grond eigenmachtig weigerde mee te werken aan re-integratie en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het verzuim.
Verder stelde appellant een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De Raad concludeerde dat de overschrijding van ruim een jaar volledig aan de minister toe te rekenen was en kende een vergoeding van € 2.000 toe. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim wordt gehandhaafd, minister veroordeeld tot schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding redelijke termijn.