ECLI:NL:CRVB:2012:BW6840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstand zonder bijzondere omstandigheden
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB, maar deze werd per 5 oktober 2005 ingetrokken. Na diverse procedures meldde betrokkene zich op 10 oktober 2008 opnieuw voor bijstand, met het verzoek deze met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf 28 oktober 2005. De rechtbank had dit verzoek gehonoreerd, stellende dat sprake was van een onhoudbare situatie mede veroorzaakt door medewerkers van het college.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat artikel 44, lid 1 WWB bepaalt dat bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, doch niet vóór de datum van melding. De Raad benadrukt dat alleen bijzondere omstandigheden een afwijking van dit uitgangspunt kunnen rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat de door betrokkene aangevoerde onjuiste bejegening niet voldoende is onderbouwd en dat uit verklaringen van medewerkers van het college geen erkenning van onfatsoenlijke behandeling kan worden afgeleid. De mededelingen waren bedoeld als geruststelling om betrokkene aan te moedigen een nieuwe aanvraag in te dienen.
Daarom is geen sprake van bijzondere omstandigheden die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit van 30 december 2011 worden vernietigd, en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.