ECLI:NL:CRVB:2012:BW7518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Gorkum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende kracht bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante had bijstand ontvangen vanaf 22 juni 2009, maar vorderde bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2009. Het college had de bijstand per 1 april 2009 beëindigd vanwege langdurig verblijf in het buitenland. De rechtbank oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij buiten haar schuld haar ticket naar Nederland was kwijtgeraakt en daardoor later kon terugkeren. De Raad onderscheidde twee periodes: de periode tot 16 april 2009, waarin het verzoek werd aangemerkt als een verzoek tot herziening van het eerdere besluit, en de periode van 17 april tot 21 juni 2009, waarin nog geen besluit was genomen.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden rondom het kwijtgeraakte ticket geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden en dat er geen sprake was van een acute noodsituatie die niet op andere wijze kon worden verholpen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het eerdere besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op terugwerkende kracht van bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden en acute noodsituatie.