ECLI:NL:CRVB:2012:BW7695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld vermogen
Appellante ontving bijstand van juli 2005 tot december 2007. Naar aanleiding van informatie van het Inlichtingenbureau startte de sociale recherche een onderzoek naar haar vermogen. Dit leidde tot een besluit van het college om de bijstand over de periode juni 2006 tot en met december 2007 terug te vorderen wegens het niet melden van twee bankrekeningen met vermogen boven de vrij te laten grens.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over het tegoed op de rekeningen kon beschikken en dat het geld toebehoorde aan haar verloofde en neef. De Raad oordeelde dat het bestaan van de rekeningen op haar naam het vermoeden wekt dat zij over het tegoed kon beschikken, en dat appellante niet met concrete en verifieerbare gegevens het tegendeel aannemelijk had gemaakt.
De Raad verwierp ook het verweer dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en dat er dringende redenen waren om niet terug te vorderen. De enkele stelling dat appellante schulden had en onder bijstandsniveau leefde, volstond niet als dringende reden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.