ECLI:NL:CRVB:2012:BW7746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, waarbij het college de bijstand introk en terugvorderde wegens vermeende gezamenlijke huishouding en niet-gemelde inkomsten uit arbeid. De sociale recherche voerde een onderzoek uit naar de woonsituatie en werkzaamheden van appellant.
De Raad oordeelt dat onvoldoende bewijs bestaat dat appellant gedurende de gehele periode van 18 september 2006 tot 1 augustus 2008 zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, waardoor de intrekking van bijstand over de eerste periodes niet kan worden gehandhaafd. Wel is vastgesteld dat tussen 1 december 2007 en 1 augustus 2008 sprake was van gezamenlijke huishouding, waardoor intrekking over die periode gerechtvaardigd is.
Verder erkent appellant werkzaamheden en inkomsten die niet volledig zijn gemeld, waardoor het recht op bijstand voor de periode van 1 februari 2007 tot 1 december 2007 niet kan worden vastgesteld. Het college was bevoegd tot intrekking en terugvordering over de juiste periodes, maar de eerdere besluiten berusten deels op ondeugdelijke gronden.
De Raad vernietigt daarom de eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering over de onjuiste periodes, herroept deze en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over de eerste periodes worden vernietigd en het college wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.