ECLI:NL:CRVB:2012:BW8662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en afwijzing nieuwe aanvraag wegens onvolledige gegevensverstrekking
Appellante ontving sinds 2003 bijstand en werd in 2010 uitgenodigd voor een heronderzoek waarbij zij bankafschriften van de laatste drie maanden moest overleggen. Zij leverde deze niet volledig binnen de gestelde hersteltermijn aan, waarna het college haar bijstand opschortte en later introk. Appellante diende een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen omdat zij onvoldoende duidelijkheid gaf over haar financiële situatie.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekking en afwijzing ongegrond. In hoger beroep bekrachtigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college terecht inzage in bankafschriften mocht verlangen en dat appellante verwijtbaar tekort was geschoten in het tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens. Tevens was er geen sprake van nieuwe feiten die een andere beoordeling rechtvaardigden.
Verder stelde de Raad vast dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de omstandigheden waren gewijzigd om opnieuw recht op bijstand te verkrijgen. De verstrekte verklaringen over diverse bijschrijvingen en kasstortingen waren niet geloofwaardig of onvoldoende onderbouwd. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens niet tijdig en onvoldoende aanleveren van bankafschriften.