ECLI:NL:CRVB:2012:BW8904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens vermeende volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering onvoldoende gemotiveerd
Appellante, werkzaam als inpakster sinds oktober 2006, viel in juni 2007 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij volgens hen bij aanvang van de verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat zij bij aanvang van de verzekering wel arbeidsgeschikt was, met enige beperkingen, en dat haar volledige arbeidsongeschiktheid pas na een periode van bijna acht maanden is ontstaan. De Raad beoordeelt dat het enkele feit van klachten bij aanvang niet voldoende is voor volledige arbeidsongeschiktheid. De medische stukken en indicaties bieden geen ondubbelzinnige aanwijzingen dat zij bij aanvang volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad concludeert dat het UWV zijn weigering onvoldoende heeft gemotiveerd en beveelt het UWV om binnen zes weken het besluit te herzien en een deugdelijk gemotiveerd standpunt in te nemen over de situatie van appellante bij aanvang van haar verzekering en haar recht op uitkering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien en de situatie van appellante bij aanvang van haar verzekering opnieuw te beoordelen.