ECLI:NL:CRVB:2012:BW9306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven zelfstandige uren
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot herziening en terugvordering van zijn WW-uitkering, omdat hij niet alle gewerkte uren als zelfstandige had opgegeven. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, maar appellant voerde onder meer aan dat in de oriëntatiefase geen verplichtingen tot opgave golden en dat het UWV geen rekening had gehouden met aanloopkosten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat alle uren die direct verband hielden met zelfstandige werkzaamheden op werkbriefjes moesten worden opgegeven, ook tijdens de oriëntatiefase. Het UWV heeft consistent beleid toegepast zoals vastgelegd in de ZZP-handleiding en is niet verplicht geweest appellant te wijzen op het recht om geen verklaring af te leggen.
De Raad stelt vast dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet vanaf het begin de gewerkte uren op te geven. De toepassingsvoorwaarden voor herziening en terugvordering zijn daarmee vervuld. Het beroep tegen het besluit van 18 november 2011 wordt ongegrond verklaard, eerdere besluiten worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 18 november 2011 wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten worden vernietigd.