ECLI:NL:CRVB:2012:BW9498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag AOW bij vrijval fiscale oudedagsreserve
Appellant ontving een toeslag op zijn AOW omdat zijn echtgenote nog geen 65 jaar was. De echtgenote was maatschapslid en had winst uit onderneming, waaronder de vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de toeslag omdat ook de vrijval van de FOR als inkomen uit arbeid moest worden beschouwd.
De rechtbank handhaafde dit besluit, en in hoger beroep voerde appellant aan dat de vrijval van de FOR niet over het hele jaar, maar slechts over december 2007 toegerekend moest worden vanwege het fiscale regime en het feit dat zijn echtgenote toen 65 was geworden.
De Raad overwoog dat de vrijval van de FOR inderdaad tot de winst uit onderneming behoort en dat het beleid van de Svb om de winst gelijkmatig over het jaar te verdelen geen kennelijk onredelijk beleid is. Het feit dat een ander fiscaal regime gold bij de vorming van de FOR en het einde van de toeslag in december 2007 rechtvaardigen geen afwijking van dit beleid.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en oordeelde dat er geen reden was om een van de partijen in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het beleid van de Svb en wijst het hoger beroep af.