ECLI:NL:CRVB:2012:BW9590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische rapportages
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV zich niet op juiste wijze kon baseren op de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige bij het bestreden besluit om haar WIA-uitkering te weigeren. Zij voerde aan dat deze rapportages geen juist beeld gaven van haar gezondheid en arbeidsmogelijkheden.
De Raad overwoog dat de rechtbank de gronden van appellante reeds op juiste wijze had beoordeeld en dat de nieuwe stukken en verklaringen die appellante kort voor de zitting had ingediend, vooral betrekking hadden op haar medische situatie na de datum in geding en geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad stelde dat de rapportages zorgvuldig waren opgesteld, geen inconsistenties bevatten en concludent waren.
Ook de stelling dat de bezwaararbeidsdeskundige functies had genoemd die appellante niet kon vervullen vanwege belastingen werd niet onderbouwd. De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen doel trof en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.