ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering na beoordeling chronische longaandoening en beperkingen
Appellant is wegens longklachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast op grond van een chronische longaandoening en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies, waaruit een verlies aan verdiencapaciteit van 30,11% bleek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische onderbouwing van het besluit de toets der kritiek kon doorstaan. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer klachten had dan in de FML waren opgenomen, waaronder immuunsysteemproblemen en andere aandoeningen. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over onderzoeksmethoden van verzekeringsartsen en bevestigde dat belanghebbenden voldoende mogelijkheden hebben om tegenbewijs te leveren.
De bezwaarverzekeringsarts reageerde op de medische gronden van appellant en concludeerde dat er geen objectieve informatie was die de vastgestelde beperkingen weerlegde. De Raad achtte de medische beoordeling juist en zag geen aanleiding tot herziening. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.