ECLI:NL:CRVB:2012:BX0190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling en schending inlichtingenplicht
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college weigerde deze omdat hun vermogen boven de vermogensgrens zou liggen. De rechtbank had eerder het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het vermogen correct moest worden vastgesteld.
Het college nam echter onjuiste percelen mee in de vermogensvaststelling, waardoor het besluit onjuist werd uitgevoerd. De rechtbank oordeelde vervolgens opnieuw dat het vermogen van appellanten te hoog was, maar de Raad stelt vast dat de rechtbank zich niet aan haar eerdere bindende uitspraak heeft gehouden. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit.
De Raad beoordeelt verder dat appellanten niet hebben voldaan aan hun inlichtingenplicht, omdat zij onvoldoende inzicht hebben gegeven in hun financiële situatie en de herkomst van stortingen niet aannemelijk hebben gemaakt. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of zij recht hebben op bijstand. Daarom laat de Raad de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
Tot slot veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat het college het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege onvoldoende naleving van de inlichtingenplicht.