ECLI:NL:CRVB:2012:BX0203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste vermogenswaardering en onvoldoende inlichtingen
Appellanten vroegen bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Venlo, welke werd afgewezen wegens onvoldoende openheid over hun financiële situatie en vermeend vermogen in de vorm van een perceel grond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd uitgegaan van een onjuiste vermogenswaardering van een perceel sectie 574, kavel 1.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en het bestreden besluit omdat het vermogen ten onrechte werd meegeteld. De Raad beoordeelde vervolgens of de rechtsgevolgen van het besluit toch in stand konden blijven op grond van de schending van de inlichtingenplicht door appellanten. Uit de stukken bleek dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht hadden op bijstand, mede doordat zij geen inzicht gaven in hun levensonderhoud en de aard van de schulden niet voldeed aan de vereisten.
De Raad oordeelde dat appellanten niet hadden voldaan aan de op hen rustende inlichtingenplicht en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen. De rechtsgevolgen van het besluit bleven daarom in stand. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende naleving van de inlichtingenplicht, ondanks vernietiging van de eerdere vermogenswaardering.