ECLI:NL:CRVB:2012:BX1262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- H.J. de Mooij
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang ongewenst verklaarde vreemdeling
Appellant, een ongewenst verklaarde vreemdeling uit Algerije, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn om toelating tot maatschappelijke opvang. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege zijn illegale verblijf in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij tot de kwetsbare categorie behoort die bijzondere bescherming verdient onder artikel 8 EVRM Pro.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij kwetsbaar is, niet kan terugkeren naar Algerije en dat de weigering van opvang in strijd is met artikelen 3 en 8 EVRM. Het college betwistte dit en stelde dat appellant niet heeft aangetoond dat hij recht heeft op bijzondere bescherming.
De Raad oordeelde dat appellant recht heeft op beperkte opvang tijdens vorstperiodes, maar dat de weigering om deze opvang uit te breiden niet onredelijk is. De medische verklaring toonde geen substantiële bedreiging van zijn gezondheid. Ook is geen sprake van vernederende of onmenselijke behandeling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellant onvoldoende vergelijkbaar is met andere opvanggerechtigden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen grond voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag maatschappelijke opvang van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.