ECLI:NL:CRVB:2011:BR1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om toegang tot maatschappelijke opvang. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af vanwege zijn verblijfsstatus. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was om te beslissen over toelating tot maatschappelijke opvang en dat de koppelingswetgeving, die rechten aan vreemdelingen koppelt aan hun verblijfsstatus, niet in strijd is met non-discriminatiebepalingen in internationale verdragen. Appellant voerde aan dat toepassing van het koppelingsbeginsel in zijn geval strijdig was met artikelen 3, 8 en 14 EVRM, maar de Raad verwierp dit.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende medisch bewijs had geleverd dat zijn gezondheid substantieel bedreigd werd zonder opvang, en dat hij niet tot de kwetsbare categorie behoorde die bijzondere bescherming geniet onder artikel 8 EVRM Pro. De weigering van toegang tot maatschappelijke opvang was volgens de Raad in balans met de publieke belangen. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro werd niet verder behandeld. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De aanvraag voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en onvoldoende medische onderbouwing voor bijzondere bescherming.