ECLI:NL:CRVB:2001:AB2277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellant, een Marokkaanse vreemdeling, ontving sinds februari 1997 een bijstandsuitkering op grond van artikel 12 (oud) van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze uitkering werd per 1 juli 1998 beëindigd omdat appellant niet beschikte over een geldige verblijfstitel, conform de Koppelingswet die sinds die datum van kracht is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op bijstand zolang zijn aanvraag voor een verblijfstitel om medische redenen in behandeling was, en dat het besluit in strijd was met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), met name artikel 26 over Pro non-discriminatie. De Raad overwoog dat appellant niet viel onder de groep vreemdelingen die rechtmatig verblijf hielden volgens de Vreemdelingenwet en dus niet tot de rechthebbenden van de Abw behoorde.
De Raad erkende het onderscheid dat de Koppelingswet maakt tussen vreemdelingen met en zonder geldige verblijfstitel en achtte dit in beginsel gerechtvaardigd. Echter, voor vreemdelingen zoals appellant die vóór 1 juli 1998 onder een ander regime bijstand ontvingen, is het onderscheid niet toereikend gerechtvaardigd. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het primaire besluit van 15 juli 1998, en veroordeelde de gemeente Weert in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel wordt vernietigd wegens strijd met artikel 26 IVBPR.