ECLI:NL:CRVB:2012:BX1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking woonkostentoeslag ondanks medische omstandigheden en mantelzorgafhankelijkheid
Betrokkene, woonachtig in een koopwoning te Tilburg, ontving in 2009 een woonkostentoeslag onder de voorwaarde dat hij binnen dat jaar zou zoeken naar goedkopere woonruimte. Na een heronderzoek in 2010 werd de toeslag ingetrokken omdat betrokkene niet aan deze zoekverplichting had voldaan. Betrokkene voerde aan dat zijn ernstige medische situatie, waaronder diabetes en blindheid, en zijn afhankelijkheid van mantelzorg en een sociaal netwerk, verhuizing onmogelijk maakten.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat van betrokkene niet kon worden verlangd te verhuizen en kende hem de toeslag toe. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het oorspronkelijke besluit met de verhuisverplichting onherroepelijk was geworden en dat betrokkene niet had voldaan aan zijn verplichting om naar goedkopere woonruimte te zoeken. Hoewel erkend werd dat betrokkene afhankelijk is van mantelzorg, verandert dit niets aan de verplichting.
De Raad vernietigde daarom het oordeel van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand blijven. Betrokkene had bovendien geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, zodat zijn verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De Raad benadrukte dat betrokkene al vanaf 2009 had moeten zoeken naar passende woonruimte en had moeten meewerken aan gemeentelijke bemiddeling, wat hij niet deed.
Uitkomst: De verplichting om naar goedkopere woonruimte te zoeken blijft onverkort van toepassing en het intrekkingsbesluit van de woonkostentoeslag blijft in stand.