ECLI:NL:CRVB:2012:BX2225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij per 30 juli 2009 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zijn besluit op juiste wijze had gebaseerd op medische rapportages en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep heeft appellant het oordeel van de rechtbank bestreden en aanvullende medische informatie overgelegd, waaronder een verslag van een intake bij de HSK-groep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat dit verslag niet relevant was voor de datum in geschil en geen nieuwe inzichten bood over de medische situatie van appellant per die datum.
De Raad bevestigde dat de rechtbank de medische beperkingen van appellant en de betrokken rapportages op juiste wijze had beoordeeld. De eigen opvatting van appellant over de onjuistheid van de FML werd niet gedeeld omdat hij dit niet met een medisch rapport had onderbouwd.
Verder oordeelde de Raad dat de functies waarvoor appellant geschikt werd geacht geen belastingen bevatten die zijn mogelijkheden te boven gaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.