ECLI:NL:CRVB:2012:BX2229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is per 15 oktober 2009. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en haar gronden met betrekking tot medische beperkingen zorgvuldig beoordeeld.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de medische rapportages waarop het besluit is gebaseerd een onjuist beeld geven van haar gezondheid en beperkingen, met name vanwege vermoeidheid en psychische klachten. De Raad stelt dat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, mits zorgvuldig en consistent, bijzondere waarde hebben en dat het aan appellante is om aan te tonen dat deze rapportages onzorgvuldig of onjuist zijn.
De Raad concludeert dat de door appellante overgelegde medische stukken, waaronder die van de cardioloog en de maag-, darm- en leverarts, geen nieuwe beperkingen aantonen die niet reeds in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn meegenomen. Ook is psychische problematiek niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt is voor functies zonder stress en dat het UWV het besluit terecht heeft gehandhaafd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.