ECLI:NL:CRVB:2012:BX2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in het buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip over bezit van onroerend goed in Turkije heeft het college een rechtmatigheidsonderzoek laten uitvoeren. Hieruit bleek dat drie werkplaatsen en bouwgrond op naam van appellante stonden, met een waarde van circa €126.960.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 januari 2009 in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug over de periode 9 oktober 2007 tot en met 31 december 2008. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het terug te vorderen bedrag werd verminderd wegens de lange duur van het onderzoek.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar kinderen feitelijk eigenaar waren en zij niet beschikte over het onroerend goed. Ook stelde zij dat de waarde lager was dan aangenomen. De Raad oordeelde dat appellante niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk had gemaakt dat zij niet redelijkerwijs kon beschikken over het onroerend goed. De schending van de inlichtingenverplichting werd vastgesteld en de waarde van het onroerend goed werd bevestigd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.