ECLI:NL:CRVB:2012:BX2747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB vanaf mei 2005. Na een bijzonder rechtmatigheidsonderzoek bleek dat zij niet verklaarde stortingen had gedaan op haar bankrekeningen die zij niet had opgegeven aan het college. Het college herzag en trok de bijstand in over de periode mei 2005 tot augustus 2008 en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Appellante voerde aan dat de stortingen afkomstig waren van haar moeder, internetverkopen en spaargeld uit bijstand, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat de bankafschriften en verklaringen onvoldoende waren om de herkomst van de bedragen te verklaren. Ook was de levensstijl van appellante niet soberder dan redelijkerwijs verwacht mocht worden.
De Raad stelde vast dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het college niet kon vaststellen of zij recht had op bijstand. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.