ECLI:NL:CRVB:2012:BX2750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag vreemdeling zonder Nederlandse nationaliteit op grond van WWB
Appellant, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning en een bijstandsuitkering. Het college wees de bijstandsaanvraag af op grond van artikel 11 en Pro 16 van de WWB, omdat appellant niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander en daardoor geen recht had op bijstand.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde aan dat hij in een noodsituatie verkeerde en dat het onderscheid naar nationaliteit onaanvaardbaar was, mede omdat hij alles had gedaan om terug te keren naar zijn land van herkomst.
De Raad oordeelde dat appellant rechtmatig verbleef op grond van een buiten schuld verblijfsstatus, maar niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander volgens de WWB. De koppelingswetgeving maakt onderscheid naar nationaliteit dat verenigbaar is met internationale non-discriminatiebepalingen. Er is geen ruimte voor bijstand aan categorieën vreemdelingen die volgens artikel 11 WWB Pro geen recht hebben op bijstand.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van de vreemdeling zonder Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat hij niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en geen recht heeft op bijstand volgens de WWB.