ECLI:NL:CRVB:2012:BX3147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV over arbeidsongeschiktheid na onvoldoende medische onderbouwing CVS
Appellant, voormalig IT-consultant, ontving een WAO-uitkering wegens diverse klachten waaronder schildklierproblemen en vermoeidheid. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 65 tot 80%, maar appellant betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen, met name het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS), onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de vermoeidheidsklachten en het protocol CVS niet had toegepast. Ook ontbrak een adequate toelichting over de medische geschiktheid voor een functie waarbij bediening van een pedaal met de knie vereist is.
De Raad droeg het UWV op het besluit binnen drie maanden te herstellen en een deskundige, bij voorkeur een internist, te raadplegen om de klachten van chronische vermoeidheid nader te beoordelen. Afhankelijk van de uitkomsten moet het UWV nadere rapportage of besluitvorming verzorgen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen drie maanden te herstellen met inachtneming van het protocol CVS en een deskundigenonderzoek.